Wat als je kind niet naar school kan? "Alternatieven zijn te schaars en te duur"
In dit artikel:
Een recente Pano-reportage haalde de problematiek van schooluitval in Vlaanderen aan: steeds meer kinderen stoppen met regulier onderwijs vanwege psychische klachten of andere zorgnoden. Het schrijnende voorbeeld is Joppe (10), die zelfs in het buitengewoon onderwijs niet meer kan deelnemen en vaak thuiszit omdat ouders nauwelijks alternatieven vinden.
Tinne Michielsen van Tinzicht (Sint‑Job‑in‑’t‑Goor), die ouders van schooluitvallers begeleidt, schetst waarom: het hulpaanbod is beperkt, versnipperd en vaak privaat en duur. Gesubsidieerde trajecten bestaan meestal uit korte interventies die vooral mikken op snelle terugkeer naar de klas — niet realistisch voor kinderen met diepe angsten of langdurige zorgnoden. Michielsen vat samen: "De hulp is op dit moment absoluut ontoereikend."
Zij pleit voor meer aanbod en specialisatie bij de CLB's (Centra voor Leerlingenbegeleiding), die nu vaak overbelast zijn. Een centrale aanbeveling is de invoering van een trajectcoördinator voor schooluitvallers: iemand die het zorg‑ en onderwijslandschap kent, het kind en de ouders opvolgt en school, hulpverlening en gezin rond de tafel brengt.
Het beoogde traject is maatwerk: vertrekken vanuit het kind en zijn interesses, stapgewijs werken aan angstvermindering, gezinsbegeleiding en een mix van oplossingen (tijdelijk onderwijs aan huis, dagbesteding, modulair onderwijs of examentrajecten) in plaats van te druk te sturen op onmiddellijk slagen voor alle vakken. De huidige regelgeving en de werkdruk op scholen maken creatief maatwerk moeilijk, terwijl juist flexibiliteit nodig is om deze kinderen niet te verliezen.
Kortom: er is een structurele aanpak en meer middelen nodig — zowel om betaalbare, langdurige alternatieven uit te bouwen als om coördinatie en gespecialiseerde begeleiding binnen het onderwijs- en zorgnetwerk te versterken.