Verbindend gezag op school wordt zichtbaar in liefdevolle strengheid
In dit artikel:
Twee Waddinxveense schoolleiders publiceerden recent een handreiking over “verbindend gezag” waarmee zij een groeiende gezagscrisis in het onderwijs signaleren: corrigeren gebeurt minder vanzelfsprekend, klaslokalen zijn vaker onrustig en onderzoek wijst uit dat leerlingen in dergelijke groepen gemiddeld meer dan een schooljaar achterlopen. Jan Willem Ruitenberg (onderwijsadviseur) en Jannet Herweijer (ambulant hulpverlener bij KOC) gebruiken die observatie als vertrekpunt om te pleiten voor een diepere, principiële herbezinning op gezag — niet primair als techniek, maar als roeping en opgave geworteld in het Bijbelse verstaan van orde en opvoeding.
Vanuit dat perspectief is gezag geen menselijke verkiezing maar een door God ingestelde ordening die ouders en leerkrachten ontvangen en moeten uitdragen. Dat verandert de positie van de leraar: niet als machthebbende of louter professionele functionaris, maar als drager van een toevertrouwde verantwoordelijkheid om te dienen. Grenzen stellen hoort daarbij; het ontbreken van gezag maakt een kind niet vrijer maar stuurloos. Correctie en tucht krijgen zo een andere kleur: zij dienen het welzijn van het kind en hebben iets van vaderlijke zorg, gericht op vorming en richting geven, niet op rigide bestraffing.
De auteurs plaatsen de recente methodiek van “verbindend gezag” — deels ontleend aan Haim Omer — in deze context. Zij erkennen de waarde van het combineren van nabijheid en duidelijkheid: grenzen handhaven terwijl de relatie intact blijft. Tegelijk waarschuwen ze dat methoden die vertrekken van de relatie en gehoorzaamheid laten verdwijnen de balans kunnen verstoren als ze niet zijn ingebed in een bredere mensvisie. Een werkwijze zonder Bijbels mensbeeld kan behulpzaam zijn, maar mag niet dominant worden zonder toets aan dat fundament.
Verder wijzen Ruitenberg en Herweijer op de invloed van de thuissituatie: kinderen brengen thuis aangeleerde houdingen tegenover autoriteit mee naar school. Als ouders gezagsmiddelen openlijk ondergraven of bekritiseren, weerspiegelt zich dat in de houding van leerlingen. Dat onderstreept de gezamenlijke verantwoordelijkheid: opvoeding en onderwijs behoren samen te werken — leerkrachten, ouders en kerkelijke gemeenten — zoals ook klassieke gereformeerde formulieren benadrukken.
Als tegenreactie op de gezagscrisis pleiten de auteurs niet voor strengere sancties of enkel meer regels, maar voor een hernieuwd besef van gezag als roeping. Praktisch uit zich dat in scholen waar orde en verbinding samengaan: hoge verwachtingen gecombineerd met echte aandacht voor elk kind. Strengheid en liefde hoeven elkaar niet uit te sluiten; beide zijn volgens hen twee kanten van hetzelfde Bijbelse gebod om te vormen en beschermen.
Kortom: de oplossing ligt volgens Ruitenberg en Herweijer in schoolleiders, leraren en ouders die gezag durven dragen vanuit een dienende houding, met heldere grenzen én betrokkenheid. Methodes zoals “verbindend gezag” kunnen daarbij waardevol zijn, mits kritisch gebruikt en geworteld in een duidelijke visie op mens en opvoeding.
De Oranjezomer: Zijn rellen na zege Marokko een maatschappelijk probleem of een Marokkanenprobleem?