OKAN-scholen in actie tegen besparingen: "Kloof met secundair onderwijs blijft groot voor anderstalige leerlingen"
In dit artikel:
OKAN-scholen voeren vandaag actie bij Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir omdat zij vrezen dat het wegvallen van vervolgcoaches volgend schooljaar anderstalige nieuwkomers in het secundair onderwijs ernstig zal benadelen. Vervolgcoaches begeleiden leerlingen na hun OKAN-periode (onderwijs voor anderstalige nieuwkomers): ze geven studieadvies, bemiddelen met leerkrachten, regelen vrijstellingen of extra tijd voor examens en wijzen jongeren door naar passende opleidingen of vrijetijdsactiviteiten om hun Nederlands te oefenen.
Leerlingen zoals Sabirin (17, uit Somalië) noemen hun vervolgcoach cruciaal tijdens de overstap naar het reguliere secundair: zij hielp met een vragenlijst bij de keuze van studierichting, overlegde met vakleerkrachten en bood een toegankelijke aanspreekpersoon wanneer Nederlands nog tekortschiet. Ook Mahmoud (18, uit Syrië) vond door zijn vervolgcoach een plek in het volwassenenonderwijs (CVO) waar hij zijn taal en vaardigheden beter kan opbouwen voordat hij een technische richting start.
Scholen en coördinatoren leggen uit waarom die functie belangrijk blijft. Na één à twee jaar OKAN kunnen leerlingen vaak nog niet volledig meekomen in een gewone klas; vervolgcoaches duiden wat een leerling wel aankan, maken realistische verwachtingen bespreekbaar tijdens klassenraden en stellen flexibele trajecten voor. Ze helpen ook bij externe oriëntatie—bijvoorbeeld het doorverwijzen naar clubs waar jongeren in contact komen met Nederlandstalige leeftijdsgenoten—wat bijdraagt aan inburgering en schoolbinding.
De besparing is het gevolg van een opdracht aan minister Demir om 150 miljoen euro te besparen in het secundair onderwijs; omdat bepaalde uitgaven dit jaar lager vielen, kon ze dat terugbrengen tot 63 miljoen. Daarvan valt zo’n tweederde van de middelen voor vervolgcoaches weg. Scholen proberen creatief te blijven om bestaande coaches te behouden, maar verwachten dat veel taken op de schouders van reguliere leerkrachten en leerlingbegeleiders zullen komen te liggen.
Minister Demir verdedigt de maatregel: OKAN-leerlingen blijven volgens haar relatief ruim bedeeld met middelen, en de verhouding leraar–leerling verandert weinig (van 1 voltijds leraar per 3,9 naar 1 per 4,3 OKAN-leerlingen). Ze wil daarnaast personen met een pedagogisch diploma liever voor de klas inzetten in een periode van lerarentekort en belooft extra uren taalondersteuning (drie uur) voor leerlingen die dat nodig hebben.
Critici waarschuwen dat die extra uren en herinzetting van personeel de gespecialiseerde begeleiding door vervolgcoaches niet volledig kunnen vervangen. Zij vrezen meer uitval en minder maatwerk voor jongeren die na de OKAN-klas de stap naar het reguliere onderwijs moeten zetten. De actiedag bij Demir illustreert de onrust bij scholen, leerkrachten en ouders over de gevolgen van de bezuiniging voor integratie en kansengelijkheid in het Vlaamse secundair onderwijs.