Almaar meer leerlingen blijven thuis door mentale problemen: Pano ziet hoe scholen zich machteloos voelen
In dit artikel:
Wat als kinderen niet meer kunnen deelnemen aan het gewone schoolleven door angsten, emotionele onrust of andere psychische klachten? Pano onderzocht die groeiende problematiek met een eigen bevraging omdat harde cijfers ontbreken. In januari werden bijna alle reguliere basis- en secundaire scholen bevraagd; 509 scholen vulden de enquête in. Dat is niet representatief, maar geeft wel een duidelijk beeld van een wijdverspreid probleem.
Van de deelnemende scholen melden 329 dit schooljaar leerlingen die (al dan niet gedeeltelijk) uitvallen of een aangepast traject volgen door emotionele onrust of angst. In die steekproef gaat het om 1.066 leerlingen in het secundair en 389 in het basisonderwijs. Ongeveer de helft van de scholen ziet de problematiek de afgelopen vijf jaar toenemen; ook het Kinderrechtencommissariaat en Bednet signaleren sinds de coronapandemie een duidelijke stijging van langdurige thuisblijvers en mentale klachten als belangrijkste reden voor afstandsonderwijs in het secundair.
Als oorzaken geven scholen vooral psychische problemen aan, aangevuld met vermoedens van autisme, ADHD of hoogbegaafdheid en soms moeilijke thuissituaties. In het buitengewoon onderwijs is de situatie nog ernstiger: een bevraagd buitengewoon secundair had bijvoorbeeld ongeveer 60% van zijn 90 leerlingen voltijds op school, terwijl meerdere leerlingen thuisblijven of slechts een deeltraject volgen.
Scholen voelen zich vaak machteloos. De nood aan maatwerk overstijgt regelmatig de draagkracht van leraren en organisatie: te veel individuele aanpassingen leiden tot extra druk op personeel en tot ontevredenheid bij andere leerlingen. Ook de CLB’s ervaren onderbezetting en hoge werkdruk, waardoor scholen weinig ondersteuning vinden. Wachtlijsten in de zorg en gebrekkige afstemming tussen artsen, externe hulpverleners en scholen maken het moeilijk om passende trajecten op te zetten.
Als tijdelijke oplossingen noemen scholen deeltijds onderwijs, Bednet, time-outprojecten en TOAH-leerkrachten die vier uur per week thuis lesgeven. Die maatregelen zijn echter beperkt en kunnen op lange termijn leerachterstanden veroorzaken. Experts pleiten daarom voor structurele verandering: flexibelere lesvormen (bijv. latere starttijden, meer rustpauzes, gedoseerde deeltijd) en de inzet van multidisciplinaire zorgteams op school (logopedie, psycholoog, ergotherapie, sociaal werk) om drempels bij externe samenwerking weg te nemen.
De rol van ouders is complex: soms ontbreekt thuisstructuur, soms beschermen ouders hun kind juist te veel, wat terugkeer bemoeilijkt. Ongeveer iets meer dan de helft van de bevraagde scholen slaagt erin leerlingen aan boord te houden; wie niet terugkeert wordt vaak doorverwezen naar buitengewoon onderwijs of andere trajecten, maar dat biedt niet altijd een oplossing. Vooral in het basisonderwijs ontbreken alternatieven en valt een steeds jongere groep uit, waardoor het leerrecht van deze kinderen en hun ontwikkelingskansen onder druk komen te staan.
Kortom: er is een duidelijke stijging van leerlingen die door mentale klachten niet (volledig) naar school kunnen. De huidige schoolstructuur, ontoereikende zorgcapaciteit en beperkte samenwerkingspraktijken vragen om meer flexibiliteit, extra middelen en geïntegreerde zorg op schoolniveau om blijvende schade en leerachterstanden te voorkomen.